HOME    VRAGEN/OPMERKINGEN?       
  NIEUWE ROYAL FRIENDS
beukie49
MMdeGier
MMdeGier
wijtwee
Spikey2011
gasten online: 17    leden online: 0

Gepubliceerd op: 28-09-2007

Trainingsadvies voor een jonge hond

Waarom trainen?
Vele rassen, maar ook sommige kruisingen, zijn behept met instabiele gewrichten of groeistoornissen die het skelet nadelig beïnvloeden. Heupdysplasie en elleboogdysplasie zijn bekende voorbeelden van deze problemen. Gewrichten die minder goed functioneren zijn gebaat bij extra steun. Natuurlijke steun kan verkregen worden door een goed ontwikkeld spierstelsel.

Onze huishond hoeft niet veel te bewegen om zijn voedsel te bemachtigen. Bij gebrek aan soortgenoten in een roedel zijn er relatief ook weinig spelmomenten die voor beweging zorgen. Dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat de meeste huishonden maar een matig spierstelsel vertonen. Door gericht te trainen met een hond, kan je helpen een goed spierstelsel te ontwikkelen wat de stabiliteit van het skelet ondersteunt. Hierdoor zal de hond een betere levenskwaliteit krijgen en deze ook langer kunnen houden. Bovendien zorgt het gezamenlijk trainen voor een goede sociale band tussen baas en hond.

Wat is belangrijk?

De voeding
Pups van rassen die het risico lopen groeistoornissen te krijgen dienen gedurende de GEHELE pupperiode pupvoeding te krijgen en wel pupvoeding die speciaal ontwikkeld is voor deze pups. In deze voeding zijn een aantal factoren aangepast die de voeding veiliger maken voor deze pups. In pupvoeding zijn in het algemeen veel meer bouwstoffen aanwezig dan in voeding voor de volwassen hond. Deze bouwstoffen zijn nodig om een kwalitatief goede weefselopbouw te garanderen. Spieren zijn voornamelijk opgebouwd uit eiwitten en goede pupvoeding voorziet dan ook in veel eiwit.

Zolang een pup hoogtegroei vertoond moet deze in ieder geval puppyvoeding krijgen en liefst bij de grotere rassen ook nog gedurende de periode als deze pups in de breedte gaan groeien. Hierbij moet men zich bedenken dat een Chihuahua (volwassen gewicht 2,5 kilo) er zeven maanden over doet om uit te groeien maar dat een Sint Bernard hier wel bijna twee jaar voor nodig heeft en dus veel langer pup is!

De socialisatie
De fiets is een belangrijk hulpmiddel bij een gerichte training. De eigenaar mag dan ook nooit vergeten om in de belangrijke socialisatiefase de pup volledig vertrouwd te maken met het verkeer en de fiets. Dit betekent dat de pup moet leren welke geluiden de fiets kan maken en er aan moet wennen dat hij of zij vlak naast de fiets moet lopen. Doe je dit niet dan loop je later het risico dat je niet verder komt dan de hoek van de straat omdat de hond bijvoorbeeld schrikt van een piepende handrem, zijn neus tussen de spaken stopt en eigenaar en honden liggen op straat. Het verdere trainen met de fiets kun je dan wel vergeten.

Ook moet een pup leren traplopen, je weet namelijk nooit wat de komende tien jaar gaat brengen. De eigenaar bepaalt het tempo en loopt altijd voorop. Kan de hond niet rustig alleen de trap op en af of mag de hond niet boven komen dan gaat er een traphekje voor. Iedere gezonde hond mag geacht worden in staat te zijn om zijn poten beurtelings twintig centimeter op te tillen, minirassen uitgezonderd maar dit zijn niet echt de risicorassen.

Wanneer beginnen met de training?
Zoals hiervoor al beschreven bestaan er grote rasverschillen. Gaan we uit van rassen met een volwassen gewicht van 15 tot 90 kilo dan zal de aanvang liggen tussen de 4 en 6 maanden leeftijd. Dit is een vuistregel en kent dus best uitzonderingen. In de jeugd is het relatief gemakkelijk om spierweefsel toe te laten nemen. Bij oudere honden wordt dit moeilijker. Als bovendien de problemen zich klinisch openbaren is het vaak niet meer mogelijk om met trainen te beginnen omdat dit te pijnlijk is voor de hond of om andere medische reden niet verantwoord is. Op deze manier kan een goed getraind spierstelsel het verschil uitmaken tussen een lichte of zware medische behandeling, in sommige gevallen zelfs het verschil tussen leven of dood!

De hoeveelheid beweging
De hoeveelheid moet voorzichtig opgebouwd worden en per individuele hond bekeken worden. Ook is het niet zinvol om de beweging oneindig uit te breiden. Is eenmaal de gewenste spierontwikkeling bereikt dan zal een onderhoudstraining volstaan. Het belangrijkste is dat de training niet te lang duurt. Met het toenemen van de tijd neemt ook de blessuregevoeligheid toe door de vermoeidheid die optreedt. Beter tweemaal daags een half uur dan één keer een uur.

De soort beweging
In het algemeen kan gesteld worden dat draaibelastingen het meest risicovol zijn. Het langdurig spelen van pups moet dan ook voorkomen worden. Kort spelen is wel belangrijk voor de socialisatie. Ook wild achter stokken en ballen aanrennen en deze al struikelend proberen te pakken alvorens weer terug te rennen, zijn minder gunstige bewegingen voor pups van risicorassen.

Zwemmen en rechtlijnige beweging zijn veruit de veiligste bewegingen. Ze zijn mooi regelmatig en weinig belastend voor de gewrichten. Rechtlijnig bewegen zoals bij wandelen aan de lijn, meerennen met de baas of naast de fiets zorgt voor een mooie gelijkmatige belasting die zorgt voor een evenwichtige spiertoename. Het in en uit de auto springen kan belastend zijn als dit relatief hoog is voor de hond. Een loopplankje kan dan uitkomst brengen. Het is met iedere vorm van training van belang om eerst even rustig te beginnen om de spieren op te warmen en deze niet meteen vol te belasten.

De ondergrond
Gladde vloeren in huis zijn voor een jonge hond van een risicoras ongewenst. Restanten vloerbedekking kunnen dan uitkomst brengen tijdens de groeifase.
Met trainen moet ook rekening worden gehouden met de ondergrond. Hoe harder de ondergrond hoe meer belastend dit is voor het skelet.
Zand kan erg zwaar worden en moet in de eerste maanden van de training gemeden worden tenzij het door een hoog vochtigheidsgehalte weer wat minder mul wordt.

Trainingsopbouw
Gemiddeld moet je in 3 maanden tijd het onderhoudsniveau bereiken. Dit betekent dat je in drie maanden tijd de training gaat opbouwen van nul tot de gewenste "eindbelasting". Is de gewenste eindbelasting bijvoorbeeld een half uur fietsen per dag dan kan de opbouw in 12 stappen plaats vinden (1 stap per week om praktische redenen). Het opbouwen kan plaatsvinden door te kiezen voor een ‘zwaardere' ondergrond, langer te trainen of harder te fietsen. Hoe of je het ook opbouwt, probeer het gelijkmatig te doen.
Bijvoorbeeld: zelfde ondergrond en zelfde tempo: dan per week 2 minuten langer trainen en splitsen in twee sessies per dag. In het begin lijkt dit belachelijk weinig maar het is wel een veilige manier.

Zo kan het volgende schema ontstaan:

  • 1e week 2x 2 minuten 4 minuten
  • 2e week 2x 4 minuten 8 minuten
  • 3e week 2x 6 minuten 12 minuten
  • 4e week 2x 8 minuten 16 minuten
  • 5e week 2x 9 minuten 18 minuten
  • 6e week 2x 10 minuten 20 minuten
  • 7e week 2x 11 minuten 22 minuten
  • 8e week 1x 14 minuten 14 minuten
  • 9e week 1x 17 minuten 17 minuten
  • 10e week 1x 20 minuten 20 minuten
  • 11e week 1x 25minuten 25 minuten
  • 12e week 1x 30 minuten 30 minuten

In dit schema neemt de training eerst toe door de tijdsduur te laten toenemen. Vervolgens wordt de overstap gemaakt naar 1 training per dag. Op dit moment moet de hond in staat zijn om met iets grotere stappen de training te laten toenemen. Vervolgens wordt dan voorzichtig uitgebouwd naar de gewenste tijdsduur.

Gedurende de groeifase kan deze training dagelijks gegeven worden. Eenmaal uitgegroeid kan met 2-3 trainingen per week volstaan worden om de opgebouwde spiermassa in stand te houden. Naast een goede spierconditie zal de hond (en eigenaar) tevens beschikken over een goed uithoudingsvermogen. Als gunstige bijkomstigheid mag verwacht worden dat deze honden niet snel overgewicht zullen ontwikkelen.

Zoek Royal Friends:
Login
gebruikersnaam:
wachtwoord:
Login